Didam, 1948
Het werk van Tomassen ontstaat vanuit een grote nieuwsgierigheid naar dromen. Hij houdt dan ook een dromendagboek bij. Dromen zijn voor hem niets iets vaags: Het zijn verbeelde berichten van zijn ‘gevoelslaag’, creatieve verbeeldingen. Al schilderend wordt Tomassen bewust van hun kracht. Hij zoekt naar de allereenvoudigste vormen. Zijn schilderijen moeten oertekens zijn, van alle tijden, zoals in de droom iedere optredende vorm alleen begrepen kan worden als een uiting in de taal van de ziel.